Mogelijk las u of jij er eerder over: Staatsbosbeheer die haar bezoekerscentra zou gaan sluiten. De natuurorganisatie moest in Almere met één van de twee centra – Almeerderhout – al stoppen met de openstelling voor het publiek. De organisatie staat in deze beslissing alleen: in de uitdagingen omtrent financiering natuurbeheer niet.
Vooruit – het is een overweging, het is geen definitief oordeel – maar het feit dat het bezoekerscentrum Almeerderhout sinds eind juli gesloten is voor publiek (afgezien van de wc’s en een klimsportaanbieder als (onder)huurder) is wel een veeg teken. Net als het feit dat deze tot 2014 wél werden vergoed vanuit het Rijk. De eerste 12 jaar na het wegvallen na de subsidie, heeft de organisatie de centra wegens diens maatschappelijke waarde alsnog opengesteld. Met als verlies tot gevolg, waarbij het niet vergoed krijgen van de hogere salarissen uit de cao Rijk niet mee zou helpen.
Eind 2025 gaf de publiekrechtelijke terreinbeheerder bovendien in haar eigen jaarverslag al aan te weinig middelen te hebben voor natuurbeheer. Deze auteur heeft de bron van Follow The Money over het structurele karakter ervan niet meer kunnen achterhalen. Informatie over het verlies is er niettemin: waar de organisatie in 2025 3,4 miljoen euro verlies zou lijden, is dat over vijf jaar al mogelijk 24 miljoen euro. Dat moet de prioriteit hebben boven educatie of houtgebruik. De kosten voor natuurbeheer rezen de pan uit. Spoiler alert: de privaatrechtelijke natuurorganisaties (Provinciale Landschappen en Vereniging Natuurmonumenten) leden en lijden hier trouwens ook onder.
Subsidiestelsel Natuur en Landschap
Het euvel zat hem volgens alle ondervraagde particuliere tbo’s (terreinbeherende organisaties) in het Subsidiestelsel Natuur en Landschap, en met name de financiering. Je kunt het vergelijken met culturele basisinfrastructuren of meerjarige subsidies voor cultuur. Met het verschil, dat er bij natuur ook nog gekeken wordt naar de beheertype. De beheervergoeding waar het om draait is de publieke vergoeding, die provincies uitkeren. Een flink deel valt onder de standaardkostprijs (SKP). Het gaat om de kosten voor het maaien of afvoeren, het laten begrazen of materialen. Die beheervergoeding, dekt 84% van de standaardkostprijs.
Bovenop deze subsidies heb je ook toeslagen voor bijvoorbeeld schaapskuddes, toezicht en vaarbeheer (als natuurgebieden enkel per veer te bereiken en te verlaten zijn). Eerder was het nog 75 procent, het is nu 84 procent.
Evaluatie
Volgens het jaarverslag van Staatsbosbeheer stelden provincies de standaardkostprijs wel vast, maar financierden zij het nog niet. Nou hebben Zeeland en Friesland andere beschikkingsperiodes (2023-2028), terwijl de rest van de provincies werkt met de beschikkingsperiode 2025-2030). Toch is het probleem structureel. En niet alleen bij deze zbo, zo blijkt uit de rondvraag van deze auteur.
Rondvraag bij De Landschappen en Vereniging Natuurmonumenten
Van eind juli tot halverwege deze maand deed de auteur een rondvraag bij alle twaalf Provinciale Landschappen en Vereniging Natuurmonumenten. Anders dan Staatsbosbeheer, was en is structurele sluiting van alle bezoekerscentra door de desbetreffende vereniging of stichting niet aan de orde. Bij geen enkele particuliere tbo, trouwens.
Het Drents Landschap, Utrechts Landschap en Stichting Het Limburgs Landschap motiveerden zelfs heel duidelijk hun openstelling van de desbetreffende punten tot nader order. Woordvoerder Lisanne Verheijen van Utrechts Landschap stelde in het mailverkeer zelfs dat Utrechts Landschap bezig met een vernieuwing was van een van haar bezoekerscentra (Tabaksschuur in Amerongen, nabij Veenendaal, red.). Verheijen schreef verder dat de bezoekerscentra in de panden van de stichting zelf zijn, waardoor die stichting niets met huurlasten te maken heeft. Tevens worden de punten bemand en mede mogelijk gemaakt door vrijwilligers, alsmede een bijdrage van de Postcode Loterij.
In mindere mate geldt dat ook voor Het Drents Landschap, al heeft de Drentse regionale natuurorganisatie ook onbemande bezoekerscentra. Voorts zou zij een deel van haar panden delen met partners, zoals een Toeristisch Informatiepunt (TIP) of een museum. Zodoende zouden de kosten voor de Drenten geminimaliseerd kunnen worden.
Ook Het Limburgs Landschap sluit haar punten niet. Dat hangt volgens woordvoerder Loek Hendrikx samen met het feit dat zij voor de helft haar inkomsten uit eigen middelen verwerft (dat klopt enigszins, getuige het jaarverslag van 2025, red.). Die inkomsten zouden mede verworven worden uit Kasteeltuin Arcen, alsmede de bezoekerscentrum bij de Groote Heide (beiden in of om Venlo) – evenals In de Sluis, het restaurant nabij het Nationaal Park De Maasduinen (in Well).
Het Groninger Landschap kent hooguit een verhuizing, van het bezoekerscentrum Waddenkust van Pieterburen naar Lauwersoog.
Ook de landelijke tbo, Natuurmonumenten, gaat haar bezoekerscentra niet sluiten. Sterker nog: ook zij heeft in hetzelfde april een nieuwe bezoekerscentrum geopend in Eindhoven (De Wielewaal, red.).
Verschil met Staatsbosbeheer
Niettemin is dat niet meteen hosanna lijkend, zo blijkt uit diezelfde rondvraag. De particuliere natuurorganisaties zien immers ook in dat de kosten voor natuurbeheer door inflatie en de uitdagingen rondom stikstof en klimaatveranderingen zijn gestegen. ‘Kostte grond eerst 75 euro per 100 hectare, is het nu 100 euro per 100 hectare’, stelde Loex Hendrix eind augustus. Zelfs Vereniging Natuurmonumenten, dat in 2025 onder de 50 procent zat qua overheidssubsidies anders dan SBB voor 66 procent, erkende de gestegen prijzen voor natuurbeheer, zo meldde de woordvoerder.
Toch is het antwoord gissen, waarom SBB haar punten wel opoffert en de privaatrechtelijke partijen niet. In dagblad Trouw (op 16 juli, red.) werd gesteld door een bezoeker dat Natuurmonumenten een ledenorganisatie was, en ook nog particuliere inkomsten had. Maar dat verklaart niet waarom de Landschappen, die vrijwel allemaal stichtingen zijn, ze alsnog in stand houden.
Eén ding is wel duidelijk: Staatsbosbeheer lijdt sinds het wegvallen van aanvullende overheidssubsidies in 2014 verlies en sluit mede zodoende de centra.
In het volgende artikel zal de auteur de wederhoor van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur belichten, alsook de reacties van de terreinbeherende organisaties op het plan van dat ministerie.