In 1945 werd het boek Animal Farm van George Orwell gepubliceerd. Een van de bekendste citaten in de roman luidde: ‘All animals are equal, but some animals are more equal than others.’ Dat ging om het feit dat autoriteitsfiguren hun onderdanen de maat meenden te nemen, maar zichzelf meer privileges toedachten. Hoewel geweldenaren vaak ook tot het gepeupel behoorden en behoren, ziet deze auteur een ijzingwekkende overeenkomst.
Op dinsdag 30 juni, de nacht waarin het Oranje-elftal sneefde ten gunste van de Marokkaanse herenvoetballers, vonden er her en der rellen plaats. Niet allen op 30 juni, ook na de wedstrijd van vrijdag 10 juli in de kwartfinale en zeker rondom hetzelfde WK mannenvoetbal in 2022 waren er ook opstootjes. Voor alle duidelijkheid: de meeste landgenoten met dito komaf vierden op een rechtsstatelijke manier de zeges van hun moederland.
Toch werd de etniciteit aan de haren bijgesleept. Diverse media buitelden over elkaar heen om zich te af te vragen of er sprake was van een ‘Marokkanenprobleem’. Dit ging niet alleen over de usual suspects, als Vandaag Inside (Talpa), De Telegraaf en culturewar-gerelateerde Kamerleden. Ook een neutrale omroep, AVROTROS, in haar programma EénVandaag stelde deze vraag. Gelukkig belichtte de actualiteitenrubriek ook de spanning waarmee sommige geïnterviewden mee zaten.
Masculiniteit en socio-economische problemen
Deze geconstrueerde ophef, die zelfs pal voor de vakantietijd voor Kamervragen zorgde, ging om geharde jongensculturen. Om apenrotsgedrag. Om stoerdoenerij, en je afzetten tegen de autoriteiten. Deze drerries waren niet de eerste die rwina gingen zetten. In de geschiedenis zijn er talloze voorbeelden van negatieve mannelijke energie. In de Middeleeuwen had je voorbeelden van wat we thans ‘rivaliserende groepen’ noemen. Denk maar aan die inwoners uit het Vlaamse kustplaatsje Brugge: in een bron werd het de ‘de bedwelmende bloeitijd van pijnlijke gerechtigheid en justitiële wreedheid’ door jongeren genoemd. En ja, net als bij de Marokkanen nu hadden de Bruggelingen destijds ook eercultuur, precariteit en mannelijkheidsidealen. Of de Gouden Eeuw: jongeren die aan beide zijden van de Amstel met elkaar vochten. 25 juli – over twee weken dit jaar op zaterdag – was zelfs de dag van het ‘hoopvechten’. Die Gouden Eeuw, van de ‘VOC-mentaliteit’ en Rembrandt, welteverstaan!
Of wat dacht je van de vele harde kernen, die fakkels in stadions gooiden, slaags raakten met andere harde kernen of de politie, en zelfs mensen zagen overlijden. Ja, het is bijna 30 jaar geleden dat Carlo Picornie (zoek maar op) is overleden. Om dan nog maar te zwijgen waarmee autochtonen buiten de harde kern aan kwamen kakken: brandstichting bij links-liberalen, rellen in Den Haag, gedeeltelijke verantwoordelijkheid voor de coronarellen in januari en november 2021, you name it.
Het moet gezegd worden, wat veel geweldenaren – naast masculiniteit – gemeen hebben, is de lagere socio-economische status. De bindingstheorie en de theorie rondom Werk, Wijf (of Wederhelft) en Woning geven aan dat iemand die slechte of geen relaties heeft met goede mensen, de waarden van een samenleving niet respecteert en niet meedoet in de instituties, makkelijker verzeild kan raken in de criminaliteit.
Hypocriet
In die zin is het hypocriet dat diezelfde ophefmachine anders reageert op witte geweldenaren. De chronisch boze burger mag dan geen formele macht hebben, informele macht en invloed heeft hij zeker wel. En soms zelfs meer dan de gebruikelijke gezagsdragers. In die zin is hij, volgens de lezing van George Orwell, toch gelijker dan zijn allochtone medemens die zich misdraagt. En het trieste is, nog erger dan het verlies beider landen in het WK: de diaspora’s hoeven George Orwell niet te kennen. Zij wisten en weten en ervoeren en ervaren dit al. Bij deze, my thoughts and prayers are with you.
Want ja … some violators are more equal than others.