In makersland is kunstmatige intelligentie dé grote zorg van de laatste 3,5 jaar geweest. Denk alleen al aan de vorige maand. Onlangs belichtte het literaire programma De Grote Vriendelijke Podcast hoe in een educatief boekje van de Tilburgse uitgeverij Zwijsen AI-slop toch insloop. Er werd kunstmatige intelligentie gebruikt ten behoeve van de voorkant van het boek. De poppetjes waren daarbij als zodanig herkenbaar.

Nou was in deze casus wel een mens betrokken, en werd (gelukkig) ook gewoon Photoshop gebruikt. Dat is soms wel anders, zo merkte deze auteur bij diens uitgeverij. De hamvraag is echter: is AI een dusdanige concurrent geworden, dat het makers kan verdrijven?

De angst dat het wel zo is, niet heel erg vergezocht. De Boekmanstichting heeft in december jl. een rapport uitgebracht, wat best wel schokkend wezen kan. Bijna 20 procent van alle freelancers ziet opdrachten verdrogen door de taalmodellen, bij vertalers is het aantal zelfs rond de 33 procent. Vaak zou het gaan om beeldbewerkers, stemacteurs, de illustratoren en de fotografen die rapporteren. Vaak moet er eerder worden gerapporteerd en bijgestuurd, zo meldde de stichting.

Nou gaat (en ging) dit vooral om freelancers. Wat niet onbelangrijk is, is dat freelancers in de cultuursector geen onbeduidende, maar grote minderheid zijn. Nog minder dan de helft tot 40 procent werkt als freelancer. Dat zou dus ook verklaren waarom maar 10 procent van de loondienstmedewerkers zich zorgen maakt. Dat is echter niet de enige kanttekening. Is het, in ieder geval in Nederland, echt alleen AI wat een probleem vormt? Dat is te absoluut. Zeker omdat je vooral sinds de 19e eeuw kunst als autonome praktijk hebt. 

Andere zorgen

Je zou kunnen denken aan geld. Deze auteur heeft er vorige maand over bericht, maar vult het nu aan met het feit dat zijn projecten steevast strand(d)en op geld. Op voorstel van diens neefje, die model is en draaidagen bijwoont, wilde het shoots maken in fotostudio’s. We stuitten echter op de hoge kosten – tien mille voor één dag. Een overdekt alternatief was moeilijk voorhanden. Je moet nagaan, dat we hierin wellicht niet de enigen zijn.

Of een doorzichtige werving, wat niet werkt zoals in de meeste sectoren. Meestal werkt het zo: je gaat naar school, je loopt stages, werkt tussen bedrijven door aan je cv en je solliciteert. In de cultuursector werkt dat meestal anders: de meeste opdrachten – je hebt vaak geen baan – krijg je via via. Om in dit wereldje te komen, moet je heel erg veel cultureel kapitaal hebben, en misschien financieel kapitaal. Dit krijg je meestal door koppigheid, of doordat je het met de paplepel ingegoten krijgt.

Om dan nog te zwijgen over politieke keuzes die zijn gemaakt. Hoewel de sector zoetjesaan is bijgekomen van de kaalslag door het kabinet-Rutte I van onderminister Halbe Zijlstra, moet cultuur het steevast ontgelden in gemeentelijke begrotingen. Op de bibliotheken na, dat wel. En zelfs gemeenten waar een kaalslag plaatsvindt in cultureel erfgoed (welke, dat houdt de auteur geheim). En zo ook in broedplaatsen.

Natuurlijk moet er rekening gehouden met kunstmatige intelligentie. Mensen gáán het gebruiken, net zoals werktuigen zoals het spinnenwiel en de computer ook gebruikt worden en werden. Niemand kan boven economische realiteiten staan. Alleen … er zijn meer én grotere sluipmoordenaars – en op zijn minst stoorzenders – van een creatieve carrière.