Als er iets bijzonder is aan Nederland, is het wel de laagdrempeligheid om scholen, omroepen of politieke partijen op te richten. Dit geldt al helemaal voor laatstgenoemde organisaties. Zelfs een partij als de PVV – met de facto maar één lid – kan in Nederland bestaan. Om maar te zwijgen over elk deelbelang dat zijn eigen partij heeft: dierenwelzijn, ouderen, een bepaalde regio (zoals Groningen of Zeeland) of zelfs een vakgebied als sport. De grap is, is dat zulke nieuwe bloedgroepen ook zelfs nieuwe bestuurders leveren. Zoals DENK en PvdD.
Geen partij voor cultuur
Nederland kent partijen voor dieren, ouderen en regio’s, maar een partij voor cultuur ontbreekt. En dat terwijl de cultuursector keer op keer klappen krijgt. Van dans tot erfgoed, van publieke omroep tot kunstonderwijs: het blijft ondergeschikt in de politiek. Cultuurbeleid werd sinds de jaren ’80 steeds meer een gemeentelijke taak. Maar gemeenten hebben te weinig budget en zetten in cultuur als eerste het mes. Ook de landelijke overheid heeft stelselmatig bezuinigd. Dat begon al in de jaren 80, met bijvoorbeeld de blokkade van meer Europese cultuursteun in 1998. Maar echte bezuinigingen kwamen in de 21e eeuw, sinds de kabinetten-Balkenende. Sindsdien werd er onder het mom van ‘efficiëntie’ en ‘prioriteren’ ruim 13 miljoen euro bezuinigd! De Wet Werk en Inkomen Kunstenaars moest hierom in 2012 sneuvelen.
Vooruit, in de landelijke politiek heeft rechts sinds 2002 de broek aan. Maar ook in linksere kabinetten, zoals Rutte III, werd nagelaten om te investeren in cultuur. De Kunstenbond voerde zelfs een rechtszaak tegen De Staat als gevolg van misgelopen inkomsten uit de coronatijd! De Staat sprong volgens de vakvereniging onvoldoende bij. Bovendien zijn gemeentelijke coalities centrum tot links, en wordt er in linkse gemeenten ook bezuinigd. Al is dat alleen maar het decennialang alsmaar uitdijende takenpakket van de lokale overheid. Tja … de keuze tussen een theater, de jeugdzorg en het groenonderhoud is snel gemaakt. Zeker als het Rijk de gemeenten géén geld erbij geeft (of zelfs bezuinigt, zoals in dit decennium).
Niet enkel de overheid
Het helpt niet, dat media en andere bedrijven er ook maar mondjesmaat om geven. De NPO is nog het meest kunstgezind, al zijn culturele programma’s vaak kop van jut geweest én is er nu pas sprake van minimumvergoedingen. Andere bedrijven geven er helemaal geen zier om. Streamingdiensten maken gebruik van de Europese en lokale rechten, maar hoeven in Nederland maar 4,5 procent te investeren in Nederlandse content. De bedrijven achter AI doen dat niet eens: die stelen moeiteloos en straffeloos menselijk werk, om hun modellen te trainen. De vraag is of kunstmatige intelligentie überhaupt (verder) gereguleerd wordt, zie de wedloop à la de Koude Oorlog.
Een Partij voor Cultuur is niet per se links of rechts. Want ook landen met een rechtse regering, zoals Frankrijk of Italië, zien de kunsten als waardevol. Het mag een one-issuepartij zijn, maar het hoeft niet. Maar het is wel een partij pleit voor toegankelijkheid van de kunst (zoals gratis musea), zekerheid voor makers (zoals o.a. de oude WWIK) én cultuur koppelt aan grote vraagstukken. Zoals het eerder genoemde AI, maar ook klimaat, zorg of het onderwijs.