In de verkiezingen van 29 oktober jl. is het niet gegaan over goed bestuur. De enige partij die dit thema consequent onder de aandacht bracht, is uit de Tweede Kamer verdwenen. Voor het ideaal an sich is het jammer: Nederland laat veel liggen t.a.v. goed bestuur, zo betoogt deze auteur. In dit stuk: internationaal recht.
Sinds de oorlog in Oekraïne vanaf 2022 en de terugkeer in Trump vanaf 2025, is het er meerdere keren over gegaan. Politiek van de macht, in plaats van politiek van het recht. De recht van de sterkste(n) zou gelden, zo betogen meerdere media en mensen. Dat is een begrijpelijke gedachte. Zowel de Poetin- als de Trump-regering trekken zich weinig aan van rechtsstatelijke principes. Anders zou de Amerikaanse ‘Sturmabteilung’, vernoemd naar bevroren water, niet zonder proces mensen standrechtelijk executeren of deporteren.
Recht van de sterkste niet nieuw (internationaal recht ook niet)
Toch is de survival of the fittest niet nieuw. Het is de ‘raison d’être’ van de geopolitiek. Denkers als Marcus Tilius Cicero (1e eeuw n. Chr.) en Thomas van Aquino (13e eeuw) – en met name Hugo de Groot (14e eeuw) dachten al na over rechten voor alle volkeren. Later, na de Vrede van Westfalen in 1648 werden staten formeel soeverein en was internationaal recht een afspraak tussen soevereine staten. Toch werden met de Volkenbond en later de huidige Verenigde Naties (VN) opgericht.
Alleen … ondanks de internationale afspraken – zoals hoe je een oorlog moet voeren, hoe handel gedreven moet worden of gewoon mensenrechten – is er altijd nog een recht van de sterkste. En zelfs landen die handelen vanuit het recht, in plaats van de macht kunnen verslappen in de regels. Belangrijk om te beseffen. Aangezien het heel erg verleidelijk is om in deze naar Trump of naar Poetin te kijken.
Selectieve handhaving
Nederland heeft er het handje van om selectief te handhaven in het internationaal recht. Srebrenica en Gaza zijn hierin ijzersterke voorbeelden. De blauwhelmen hebben gefaald in de bescherming. Het kabinet-Kok is afgetreden en de staat erkende aansprakelijkheden, maar na 2002 was er nog steeds een juridische strijd en kwamen er pas onder het kabinet-Rutte IV excuses. Bij Gaza is Nederland nog steeds aan het ontwijken; anno 2026 vindt het land het zelfs lastig om Israël expliciet te veroordelen, terwijl het land dat bij Rusland wel doet. Dit zelfde geldt ook op asielgebied: de asielopvang is verre van optimaal en Defensie werkt zelfs samen met Frontex. Je weet wel, de Europese ICE.
Zelfs op groen gebied wilde Nederland niet vooruitkomen. Het PAS-arrest uit november 2018 is zelfs na zes ministers belabberd uitgevoerd, terwijl het stikstofoverschot gestegen is in 2024. De kans dat de overheid diens eigen klimaatdoel haalt – 55 procent uitstoot in 2030 is zelfs minder dan 5 procent. En dan hebben we het niet eens gehad over arbeidsrechten, gehandicaptenrechten, en andere verborgen schendingen van het internationaal recht …
Misschien, moeten we dus ook erkennen dat zelfs in Nederland er soms sprake is van ‘het recht van de sterkste’. Of … en dat heeft de auteur van dit stuk liever – inzetten op het geven van het goede voorbeeld en het recht zo consistent mogelijk handhaven.