In de verkiezingen van 29 oktober jl. is het niet gegaan over goed bestuur. De enige partij die dit thema consequent onder de aandacht bracht, is uit de Tweede Kamer verdwenen. Voor het ideaal an sich is het jammer: Nederland laat veel liggen t.a.v. goed bestuur, zo betoogt deze auteur. In dit stuk: het waterschapsbestuur.
In maart aanstaande wordt niet gestemd over waterschapsverkiezingen. Dat is pas in maart 2027, volgend jaar maart. Niet dat dit algemeen bekend is: maar niet alle Nederlanders zijn bekend met deze verkiezingen. Dat is niet gek, aangezien ze altijd ondersneeuwen door de Provinciale Statenverkiezingen, en de daaropvolgende Eerste Kamerverkiezingen in mei.
Wat zijn de waterschappen?
Jouw stem gaat uit naar een instantie die zich bezighoudt met veel aspecten van waterbeheer, met uitzondering van het drinkwater en de nationale wateren als de Rijn en de Maas (daarover gaat Rijkswaterstaat). Denk bij taken als onderhoud van dijken en duinen, het beheer van natuur in en om het water en het regelen van de waterstanden. En hierin wringt de schoen. Want in feite zijn dit taken van ingenieurs, geografen, technici en biologen.
Daarom zijn er ook vaste zetels (al zijn dat er nog maar heel weinig). Die worden gegeven aan de agrarische sector, en aan natuurorganisaties. Want: hoe meer betrokken bij het water, des te meer zeggenschap je hebt. Voor boeren betekent dat het waterpeil of hun grond bewerkbaar blijft of niet. Voor natuur beherende instanties zijn biodiversiteit en verdroging van veen onder meer grote factoren. Dit voorkomt de stedelijke dominantie en behoudt de praktische kennis van de organisaties. Tenminste, dat zou je denken …
Toekomst maakt waterschappen in huidige vorm achterhaald
Intussen is de realiteit weerbarstiger. Nederland heeft al jaren last gehad van droogteperioden en overstromingen. Dit decennium is er de toegenomen dreiging ook nog bijgekomen. Een bom op een dijk – een inundatie zoals op Walcheren tijdens WOII – is niet meer nodig. Een pomp uitschakelen of een meetnet manipuleren is al voldoende. En dan hebben we het niet eens gehad over de verouderde digitale infra waarop gemalen en sluizen bijvoorbeeld kunnen draaien. Criminelen in eigen land, maar ook in het buitenland. Denk aan Russen, Iraniërs en Noord-Koreanen: zij hebben hiermee immers prima doelwitten in handen!
Deze tegenargumenten komen bovenop het principiële argument van linkse partijen en nota bene Vereniging Natuurmonumenten – dat zelfs nota bene permanent zitting heeft in het waterschapsbestuur. Namelijk: het principe dat een instantie die belasting int, ook moreel verplicht is om inspraak aan te bieden. Daarom is het anno nu extra van belang dat de vaste zetels, indien mogelijk, verdwijnen of in aantal afnemen. En er is nog een argument: uit journalistiek onderzoek uit 2021 bleek dat sommige bestuurders nevenfuncties hebben die het domein van het waterschap raken. Nota bene bij een zoutwinningsbedrijf én de provincie (de provincie controleert de waterschappen financieel).
Niet kiezen
Je kunt er ook voor kiezen om het niet te doen. Prima, maar wees daar ook eerlijk in. En als je het toch de vaste zetels aanhoudt, waarom niet uitbreiden? Waarom hebben sport (met bijvoorbeeld de Reddingsbrigade, het KNWV, de KNRB, de Sportvisunie en zelfs de KNSB) en recreatie geen vaste zetels? Waarom hebben kinderen geen vaste zetels? Sporters en recreanten – en zeker kinderen – hebben geen goede organisatie en zijn politiek zwak. Ze weten of een karper gezond is of niet en of water schuimt of niet. Voorts dragen kinderen de gevolgen van de klimaatcrisis.
Het is begrijpelijk: er is een nieuw minderheidskabinet aankomende, er is onrust op geopolitiek gebied en we hebben in maart (of november) al gemeenteraadsverkiezingen. En toch … nee, juist daarom zijn deze verkiezingen (en het waterschap) ook belangrijk!