Voor het eerst in tijden wordt er op deze website en het bijbehorende Instagramkanaal een bekendere kunstenaar uit de kunstgeschiedenis behandeld. Bekender, ten opzichte van de vele hedendaagse kunstenaars waarover deze auteur schrijft. Te weten, Gerard van Honthorst (1592-1656). Maar anders ten opzichte van Rembrandt. Althans, dat is de premisse van een lopende tentoonstelling van het Centraal Museum op dit moment. 

v.l.n.r.: Zelfportret (van Gerard van Honthorst, red.) en Portret van Sophia Coomans (beiden uit 1655)

Het eerste wat je zou zien, als je voorbij het werk van een hedendaagse kunstenaar – Simone Post, daar komt de auteur in een andere recensie op terug – zou lopen, waren twee portretten. Het deed de auteur denken aan het geprotretteerd stel, bestaande uit Maarten Soolmans en Oopjen Coppit, van Rembrandt van Rijn. Alsmede het ‘Portret van een stel in een landschap’ van Frans Hals. Je zou bijna denken, dat de tweeluik van Van Honthorst bijna in die traditie zou passen. Ook al was de Utrechtse kunstschilder eerder een caravaggist dan een Hollandse meester. Wat bleek, was dat de geportretteerde Van Honthorst zelf was!

De Utrechter mocht dan geen typisch Hollandse meester zijn, in die traditie lijkt hij wel degelijk te opereren. En niet alleen bij de lookalike van het Rembrandt-tweeluik.

v.l.n.r. De bespotting van Christus (1617) en De aanbidding van de herders (1622). Beiden hebben de kernmerkende ‘chiaroscuro’, te zien aan het heldere licht op de borstkas van Jezus (links) alsmede hijzelf en de bovenkant van zijn strooien bedje (rechts).

Chronologie deed ertoe

Eigenlijk is het een klassieke opzet, wat de tentoonstelling ‘In alles anders dan Rembrandt’ kenmerkt. Een voor kunstenaarsbegrippen qua indeling vrij objectieve tentoonstelling, door gewoon in de chronologie de werken te presenteren. Dit kan de toeschouwer helpen om een beeld te krijgen van de maker door de jaren heen.

Niet alleen chronologie leek ertoe doen. Van Honthorst mocht misschien in de insparatie door Caravaggio anders zijn dan Rembrandt, het bleef een schilder, levend in de baroktijd. Ook hij werkte met altaarstukken, historiserende portretten en referenties naar de klassieke oudheid. En alsof het niet ironischer kan, leek het wapen bijna op een globus met een kruis. Alsof Jezus Christus tijdens zijn geboorte al bestemd was, om heerser te worden over de wereld.

v.l.n.r.: Een kwajongen die kaas onderzoekt (1628) en Broer en zus als herder en herderin (1643)

Aards genot

Maar ook met gewone pleziertjes. Het ging om gewone mensen, die verliefd waren, of gingen drinken. Opvallend was zo bijvoorbeeld ‘Een kwajongen die kaas onderzoekt’ – het leek op een gewoon tafereel. Dat kereltje dat gewoon twee bolletjes kaas middels touwtjes vast zou houden. Maar gezien de vorm – het leken op testes, althans het leek op iets obsceens – had deze auteur al vermoedens. Die klopten – het bleek om scarmoza te gaan. Het Italiaanse woordje mozzare, wat afsnijden betekende, zou kunnen refereren aan de teelballen die eraf werden gehakt. Zeker wist en weet de auteur het niet.

Wat de auteur wel zekerder wist, is haast van alle werken de toeschouwer aan werd gekeken. Een van de andere werken is de ‘Broer en zus als herder en herderin’. Toevallig kwam er ook een hond in voor. Die hond, die trouw was. Of het ook verband hield, kon je niet zeggen. Maar het tafereel oogde wel degelijk iconisch.

Vooral bij de religieuze taferelen en de tekeningen vond je voorbeelden waarbij de toeschouwer NIET in de ogen werd aangekeken. Zeker niet wanneer het kindeke Jezus werd geboren. Heel typisch, voor Honthorst, was de chiaroscuro. Het leek wel oversaturated en warm, dat licht op de kribbe. Wat best wel atypisch was voor Honthorst, maar wel typisch voor religieuze taferelen.

v.l.n.r.: Portret van Frederik Willem I van Brandenburg en Louise Henriëtte van Nassau (1647) en Portret van Willem II, prins van Oranje en Maria Stuart (1647)

Overige werken van Van Honthorst

In die donkere ruimtes, met dito kleuren, in een traditionele setting, kon je niet snel daarna ook de andere werken van Gerard van Honthorst zien. Het bleef een kunstenaar die leefde tijdens de barok. Ook hij maakte gewoon staatsieportretten, bijvoorbeeld. Een opvallend portret was van Frederik Willem I van Brandenburg en Louise Henriëtte van Nassau. Het leek toen ook al op een typisch staatsieportret: best wel streng kijkend, een statige houding, en opvallend gekleed. Ook de kleding was best wel statig: satijn en de witte mouwen waren immers rijkdom uitstralend. De parels verwezen naar de luxe.

Datzelfde gold ook voor Frederik Willems sjerp en staf. Zelfs in de houding, de bomen en dergelijke meer straalden luxe en vorstelijkheid uit. Maar wat het eigenlijk was – en dat kon je zelfs uit de iconografie niet destilleren – een internationale alliantie van meerdere huwelijken.

 Hierin stond dit werk niet alleen. In meer van Van Honthorsts portretten ga je zien, dat er nadruk werd gelegd op status, elegantie en symboliek. Dat paste bij hem als portretschilder en maakte hem ook anders dan Rembrandt. Rembrandt van Rijn was juist van het innerlijke van de mens.

Conclusie

Het was een journalistieke keuze geweest van de recensent om deze tentoonstelling eenmalig te bezoeken. Het had net zo goed echter twee keer gekund. De tentoonstelling was dan ook best wel omvangrijk. Je zou je kunnen afvragen, of een biografische setting hierin wel passend was. Zeker niet als de tentoonstelling tijdelijk van aard was. Het was ook wel opvallend, want tijdgenoten als Rembrandt en Frans Hals hebben wel een eigen museum met een vaste tentoonstelling.

Dat gesteld hebbende, was de ruimtelijke opbouw wel logisch. Je ging letterlijk van begin tot eind van het leven naar het museum. De scenografie was wel heel duister (in de letterlijke betekenis), en de variatie alomtegenwoordig. Hoewel de auteur Van Honthorst liever een eigen museum had gegund, waren de curatoriële keuzes enigszins te onderbouwen vanuit kunsthistorisch perspectief.

De tentoonstelling ‘Gerard van Honthorst – alles anders dan Rembrandt’ loopt nog. Van 25 april t/m 13 september a.s., welteverstaan.

Sanne Frequin

Op 10 mei jl. zei Sanne Frequin in het VPRO-programma OVT dat er ergens in het museum ‘smell- en soundscapes’ te horen zouden zijn, ‘kunst wat geur en geluid omvat’. De Utrechtse kunsthistorica meende het over een 17e-eeuws werk over een Franse hofdame te hebben, ‘waarbij je het parfum van je oma zou ruiken’. Frequin was immers ook in het museum geweest.

Deze auteur deed op zondag 26 en maandag 27 juli navraag bij zowel haarzelf, omroepvereniging VPRO (die OVT produceert) als het Centraal Museum. Woordvoerders van VPRO verwezen vooral naar de uitzending en de tentoonstelling. Frequin en het Centraal Museum hadden het wel over het werk. Het betrof Portret van Abdes Marie III de la Rochefoucault de Chaumont (1638), zo stelden het museum en Frequin. Frequin gaf daarbij aan dat studenten van de HKU verantwoordelijk waren voor de olfactorische en auditieve beleving.