Zondag 17 mei was de Cultuurdome voor de laatste keer open. Je kon het boek ophalen, waarin herinneringen werden opgehaald ten aanzien van de broedplaats. Er waren nog wat foto’s te vinden van de broedplaats. Maar daarna, was – en ís het – voorbij! Reden voor deze auteur om terug te blikken op de allerlaatste tentoonstelling. Deel twee van de recensie.
De tentoonstelling was dusdanig groot, dat de auteur zich genoodzaakt voelde om het op te knippen. Toch wordt dit stuk geen simpel vervolgverhaal van de vorige recensie. Al was het alleen maar, omdat er in dit stuk nieuwe kunstenaars naar voren komen.
v.l.n.r.: het werk van een niet te plaatsen maker (eigen beelden)
Nieuwe referenties
Denk maar hieraan: de grenzen verkennen was niet enkel iets voor Els Franken. Haar textielpoppetjes personifieerden Atlas en Kung Fuzi, zoals eerder vermeld. Een anonieme maker, zoomde vooral uit. Met haar verftoetsen, die iets weghadden van watercolour in combinatie met een Vlaamse Primitieven-achtig tafereel, probeerde ze iets van het Midden-Oosten uit te beelden. De lange rijke jurk, met een hijab en sluiter zouden kunnen verwijzen naar Perzische of Afghaanse klederdrachttradities. De auteur vermoedde dat het een ‘khamak’ zou zijn. Er vloog boven deze vrouw een duif. Het multi-interpretabele werk zou kunnen gaan over een soort verlangen naar vrijheid. Of een verlangen naar traditie of vrede. Niemand die het weet.
v.l.n.r.: het werk van Simon Hanna
Simon Hanna
Wat wel duidelijker is, was een ander werk. Een serie tekeningen van Simon Hanna (de maker is bekend). Hanna koos ervoor, om jongens in ontblote bovenlichamen neer te zetten. Of, moeten we stellen, één jongen. Een kereltje, dat een beetje beteuterd keek, vanuit diverse perspectieven. Tot het vogelperspectief aan toe.
Het werk had wat weg van de tekeningen van Leonardo da Vinci. Niet zozeer inhoudelijk, maar meer anatomisch. De renaissancekunstenaar maakte een heleboel anatomische studies van het menselijk lichaam (zie de Vitruviusman).
Het werk van Hanna, en met name de licht atletische tot tengere postuur, had er ook wat van weg. Al was het ook interessant om te zien hoe hij experimenteerde met andere standpunten. (In die zin was het jammer de andere tekeningen kleiner qua formaat waren).
v.l.n.r.: werken van Collin de Bruin
Collin de Bruin en David Smith
Verder had je nog twee makers, die ook in een van de allereerste recensies op deze site zijn verschenen. Opvallend aan De Bruin, was de melancholie. De knipsels, en de gedichten in het bijzonder, vielen dit keer weg in het bredere kunstgeweld. Niettemin was het toch interessant om het een ander te zien. Je zou de teksten poëtisch, maar ook prozaïsch kunnen noemen. Dit schreef De Bruin: ‘In de stilte, van je sterrenoogen, dompel ik mij in de droomgedachten.’ Met daarbovenop een collage, waarin het grijs en donkere tinten blauw domineerden.
Dat doet wel wat met je, als toeschouwer.
v.l.n.r.: de strips van David Smith
Een andere maker, die juist heel erg uitgesproken was, heette David Smith. Ook hij was in november 2024 onderwerp van een van de eerste recensies. De teksten waren dubbelzinnig. De vertellingen waren constant op één pagina geplaatst. Net als in 2024 noemt deze auteur hetgeen wat hij maakte een polyptiek. Een soort raamvertelling, maar dan niet klerikaal. Qua tekenstijl leek het meer op graphic novels.
v.l.n.r.: de ambiguë werken van een anonieme maker
Dubbelzinnig werk
Maar echt dubbelzinnig werk kwam natuurlijk van een anonieme maker. Of was ‘dubbelzinnig’ een understatement? Dat was niet duidelijk. Wat men wel wist, is dat het heel erg grafisch was. Denk maar aan een baby die uit iemands flamoes kwam. En niet zomaar iemand, diegene was bijna letterlijk met handen en voeten gebonden. Dat gold ook voor de baby, die toegetakeld leek. Alsof masochisme tot kunst werd verheven. Alsof iemand een kick en een kink had ten aanzien van pijn.
De grap is: ‘shock art’ is ook daadwerkelijk een stroming. Marchel Duchamp (1887-1968), met zijn pisbak was een van de voolopers op dit gebied. Maar om in de stijl van de maker te blijven, was Maria Abramovic met Rhythm 0 beter. Mensen mochten met haar alles doen, tot een wapen op haar richten. In zoverre moet je het werk van de kunstenaar uit de Cultuurdome beschouwen.
En verder …
De inrichting van de ruimte voelde heel warm. Het licht, wat ook warm was, bevestigde was. Niet elk werk was hetzelfde, maar je voelde een soort sfeer van eilandvorming. Alsof iedere maker een eigen spot moest claimen. De ene maker had nog wel contact met de buitenwereld, de andere maker bleef in het abstracte. De curatoren leken hiermee als het ware te spelen, door het uitnodigen van alle kunstenaars tot nu toe.
Het publiek was echter niet altijd gefocust. Sommige bezoekers gingen meteen stilstaan bij een werk, de ander liep door de drukke tentoonstelling heen, alsof het nooit had bestaan.
De allerlaatste tentoonstelling van de Cultuurdome werd van zaterdag 21 maart t/m zondag 12 april elke zaterdag en zondag gehouden. Over twee weken, in de week van 25 t/m 31 mei, komt de auteur (hopelijk) met een tweede deel van de recensie.