
De Almeerse beeldend kunstenaars demonstreren overduidelijk waarom de Cultuurdome (voorheen Woondome) niet mag verdwijnen. De najaarsexpositie was een huiselijke en uiteenlopende tentoonstelling, waarin de donkerte de boventoon voert.


De diversiteit valt te zien in de werken. Neem nou het werk van Pim Bokhorst (foto’s hierboven). De binariteit die in het werk te zien is, fungeert als een getouwtrek tussen de voltooiing en een nieuw begin. Het touwtrekken valt ook te zien in de tatoeages. Die vertaalt hij naar een werk van performatieve aard, welke met al haar poten geaard lijkt te zijn.
De kunst van Bokhorst ligt in lijn met de emo-subcultuur, omwille van de inhoud en het kleurgebruik.



v.l.n.r.: collage van Collin de Bruin en foto’s van Joël Linda Manoppo – eigen beelden
Teneur van weemoed en strijd
Min of meer valt dit ook te bepleiten voor de kunst van Collin de Bruin. Al kiest De Bruin in zijn collages partij voor weemoed. Voor de weemoed richting de tijd en de wereld van weleer. Die weemoed is ook terug te zien in het kleurgebruik. Zijn lineaire, maar atektonische collages zouden als foto’s in fotoalbums kunnen dienen.
Echte duisternis is dit niet, al zou je het wegens de tijd van het jaar (september/oktober er wel op kunnen gooien). Ook Jeanine Venema speelt met een innerlijk probleem. Waar beeld en tekst bij haar samen kunnen gaan, gaat dit niet op voor de knabbels, de krabbels en het gespuis in haar.
Joël Linda Manoppo gooit het juist over een andere boeg. Ze worstelt niet zozeer met een abstracte entiteit – al zou je de ‘mannelijke blik’ van filmcritica Laura Mulvey wel zo kunnen beschouwen – maar bovenal met concreet kijkgedrag. De schreeuwende vrouw moet een kwetsbare en vooral niet-geseksualiseerde vrouw zijn.



v.l.n.r.: schilderij van Hessel Pijnaker en tekeningen van David Ronald Smith – eigen beelden
Kleur
Kleur is in de expositie wel terug te vinden. En de uiting van innerlijke gevoelens ook. Bij Hessel Pijnaker bijvoorbeeld, die net als Jackson Pollock de dripping heeft. De combinatie van warm en koud vult de andere werken nauw aan.
Eenzelfde zou je ook kunnen zeggen voor David Ronald Smith. Tegen de traditie in, kiest hij voor een polyptiek, bestaande uit meerdere A4’tjes, waarin hij zijn dromen uit. Net zoals kleine plaatsen (hier: Almere) groot worden, worden kleine verzamelingen ook groot. Net als zijn universum.
Grootte
Door de expositie heen loop je tegen de grootte aan. Hoewel de werken inhoudelijk elkaar kunnen aanvullen, heeft het ook veel weg van een kakofonie. Het gebouw van het voormalig woonwinkelcentrum is groot en ruim, tot ca. drie etages groot. Maar misschien is het ook de bedoeling. En past zo’n compacte tentoonstelling wel in de interpretatie van het werk van David Ronald Smith: ‘Kleine kunstenaars worden groot’.
De najaarsexpositie in de Cultuurdome (Almere Buiten) was te zien van 21 september t/m 20 oktober 2024.