In het voorjaar van 2026 kwam Kunst is Leuk uit haar winterslaap. Dat was ze al langer, sinds begin februari welteverstaan. Maar eind februari trapte zij echt af – met de Nieuwe Makers Expo. De auteur schrijft dit op het moment dat in Almere Buiten een tentoonstellingsruimte, genaamd de Cultuurdome, (mogelijk) tegen de vlakte gaat. Het zwaartepunt lag al in Almere Stad, en de sloop van de broedplaats zal dat alleen maar versterken.
En Kunst is Leuk mag zodoende ook deel uitmaken van dat zwaartepunt.
De vraag is: zijn de makers echt nieuw? Dat kan de auteur niet weten. Er zijn kunstenaars die de auteur voor het eerst in diens stuk zal behandelen. Denk maar aan Fé Faber of Verona van Urk. Maar niet iedereen in deze tentoonstelling is een ‘nieuwe maker’ in de nauwe zin. Zeker niet in het recensieportefeuille van de auteur.
Toch is het voorstelbaar dat de term ‘Nieuwe Makers’ wordt gebruikt. Het zou immers kunnen gaan om ‘new kids on the block’, of ‘vers talent’. Nog net geen latent talent.
v.l.n.r.: de vleesbal van Fé Faber (eigen beelden)
Fé Faber
Een van die ‘new kids’ is Fé Faber. Zij komt, net als de auteur, van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten (AHK). Maar waar de auteur voor de vroegere Academie voor Beeldende Vorming (thans: Breitner) ging, ging zij voor de Filmacademie. Ze is een ‘Production Designer’, een aanvoerder van het ‘Art Department’. Een Ministerie van Esthetische Zaken, maar dan op de set in plaats van in Den Haag.
Of het esthetisch aantrekkelijk is wat Faber maakt, is aan de toeschouwer. Maar interessant is het wel. Het zijn vaak menselijke lichaamsdelen, zoals de uitbreiding van een mond, futuristische of sci-fi-achtige maskers of zelfs een soort gehaktbal. Er was in Kunst is Leuk veel meer te zien, maar ja, de gehaktbal sprong zo erg naar voren, dat de aandacht naar richting andere werken verslapte. Een sterk voorbeeld van ‘salience’ of ‘Salienz’.
v.l.n.r.: Verona van Urk, Anne Bosma en selectie werken Anne Bosma (eigen beelden)
Experimenten
Ook opvallend in deze expo, waren de vele materiaalonderzoeken en experimenten. Zoals die van Anne Bosma. De fotografe-in-opleiding speelt overduidelijk met contrast. Maar dan ook een echt hoog contrast. Als het kleurverschil niet hierdoor veroorzaakt is, dan moet het wel samenhangen met ‘oversaturation’. Maar in ieder geval komt het over als een ‘curated art wall’ met een heleboel stillevens. Letterlijk, in verband met de aanwezigheid van het fruit. Maar ook in figuurlijke zin, wegens de donkere achtergronden. Qua misvorming zou het in de voetsporen van Francis Bacon (de schilder, 1909-1992 – niet de filosoof van 1561-1626) kunnen treden.
Een in artistiek opzicht gelijkgestemde is Verona van Urk. Bij de vaktherapiestudent is materiaalonderzoek geen uitzondering. Op haar eigen website zie je werken, waarin zij zich aan allerlei vormen waagt. Denk maar aan een vuurtoren, ogenschijnlijk gemaakt van waterverf en geschraagd door allerlei restvormen. Maar ook uit hout gehakte vissen. Ook ten aanzien van fotografie waagt zij zich aan allerlei manipulaties – de experimenten met positieven en negatieven voeren de boventoon.
In die zin kun je begrijpen, dat haar werk in Kunst is Leuk ook in dat licht gezien moet worden.
v.l.n.r.: de doeken van Jeanine Immanuelle Venema en de twee werken van Pim Bokhorst
Jeanine Imannuelle Venema
Minder ‘new’ was Jeanine Immanuelle Venema. De afstuderende maker heeft de poëzie, zo lijkt het, definitief afgeschoten. Maar het zachte karakter, zowel van het textiel, als van het werk, blijft vandaag de dag nog staan. Venema zegt naar eigen zeggen zelf, dat de doeken verband houden met ‘de staat van vergetelheid’ en je ‘de grens tussen meditatie en kunst’. Je moet dus opgaan in iets.
Zowel qua insteek, als qua inhoud, zou het dus in een post-minimalistische traditie passen (Eva Hesse of Robert Morris). Het materiaal is zacht, en je ziet een geregistreerd proces. Het heeft wel een risico: vlek op doek is geen nieuwe strategie meer. Waar zit dan de added value?
Conclusie
De nieuwe makers in deze recensie omarmden het experiment, zo bleek. Van het spelen met mutaties, tot aan materiaalonderzoek. In die zin versterkten de werken elkaar. Met name omdat de makers niet allemaal iets vertelden. Het hielp hier dat Kunst is Leuk een compacte ruimte was met maar beperkte ruimte voor de kunstenaars. Zo was het dus makkelijker om een geheel te vormen. Extra bijzonder was het werk van Pim Bokhorst, wat een breuk leek te vormen met het werk van de vrouwelijke kunstenaars. De visuele identiteit is duidelijk – strakke compositie, mooi contrast – en de tegenstelling is spannend.
Tegelijkertijd: bij sommige werken is het heel erg zoeken naar de essentie, of naar de originaliteit. Bij diezelfde Bokhorst leek er duisternis en mysterie gesuggereerd te worden. De kleuren maken de poging geloofwaardig, maar de articulatie niet volledig. Bij Venema was het zoeken naar de nieuwigheid in de doeken. Overigens; de samenhang kan hierin ook een valkuil zijn – ook onsubtiel. Aangezien spanning hierdoor uit kan blijven.