Hoj, beste lezer! Deze zomer vindt wederom de Limburg Biënnale plaats. Kunstenaars uit het ganse land worden geselecteerd door twee kunstinstellingen en enkele curatoren. Eenmaal zover, mogen ze in een van de Limburgse plaatsen – Maastricht of Venray – hangen. De auteur van deze recensie bezocht de Biënnale in 2024, eind juli welteverstaan. Dit deed hij tijdens zijn reis naar Limburg. Zo bezocht de schrijver Marres in Maastricht. Bijna twee jaar na dato heeft hij daar het een ander over te vermelden. 

Het was die dag, dinsdag 30 juli, best wel broeierig in Maastricht. Zeker als je in de binnenstad was, ten westen van de Maas, waar de verkoeling ver te zoeken was. Dat viel bij Marres best wel mee, en mogelijk heeft dat niet enkel te maken met het klimaatsysteem. Want als het niet de warmte buiten was, werd je afgeleid door de overweldiging van de kunst. De kunstwerken waren weliswaar netjes per kamer opgedeeld, maar binnen de kamers kon je soms zelfs struikelen over de werken.

v.l.n.r.: het werk van Maria Kley (eigen beelden)

Blauwe geopende brieven

Een van de werken die meteen opviel, waren blauwe geopende brieven. Het stapeltje deed denken aan een objet trouvé: gewone objecten die uit hun normale context werden gehaald, in een kunstzinnige context werden geplaatst. Maar waar bijvoorbeeld (sinds een jaar) wijlen Guillaume Bijl (1946-2025) dit met hele interieurs deed, deed Maria Kley het met de enveloppen van de fiscus. Jawel, de Belastingdienst, die sinds eind jaren 10 berucht was. Vanwege de toeslagenaffaire, wat zij ook als zodanig benoemde. Je vroeg je dan af: als het wantrouwen of de hoon richting deze instantie zo groot was, waarom waren de brieven dan open, als protest? Waarom niet juist dicht? Veel sovereign citizens, schuldenaren en andere kwetsbaren deden (en doen nog steeds) juist dát laatste. In die zin was (en is) het wel interessant, dat zij zo speelde met de betekenis en de bijbetekenis.

v.l.n.r.: het werk van Hanna Steenbergen-Cockerton (eigen beelden)

Opvallende typografie

Zo iconisch het werk van Kley was, zo iconisch was (en is) het design van de Belastingdienst ook. De blauwe brief is een fenomeen dat vele Nederlanders wel kennen, binnen allerlei groepen. Zeker met het logo van de Rijksoverheid. Minder iconisch, maar niettemin grafisch gezien net zo bijzonder waren de affiches van Hanna Steenbergen-Cockerton. Naar eigen zeggen waren haar persoonlijk en intieme ervaringen vertrekpunten voor twistpunten die breder in de samenleving leven. Cockerton was eigenlijk textielkunstenaar. Maar leek ook een visuele taal te kunnen spreken. Je zou er wat van David Carson in kunnen zien. De Amerikaanse grafisch vormgever werkte met grote koeienletters, die soms onleesbaar waren. Maar waar Carson dit nog deed voor opdrachtgevers en vooral bestaande fonts gebruikte, leek Steenbergen vooral haar eigen font te gebruiken. Impliciet pleitte zij voor relativering en begrenzing. Soms heel opzichtig: ‘Just say no. Theys at it’s easy as that.’

Je vroeg je soms af, waarop het sloeg. Op de druk tijdens de seks om door te gaan, ook als het je grenzen over zou gaan? Op het moeilijk kunnen weerstaan van verleidingen? Het was in ieder geval typografie die luid was als artistieke uitspraak. Toch werkte het, gezien de enigszins zachte kleuren, niet helemaal. Ook de typografie omvatte diverse kleuren (rood, soms turkoois, soms zwart).

v.l.n.r.: voormalig groottante Jacoba Manders (in een werk van Pippilota Yerna) en werk van Timia Rugenbrink (eigen beelden)

Timia Rugenbrink en Pippilotta Yerna

Van een hele andere koek was Timia Rugenbrink. Net als de auteur wilde zij docent beeldende vorming worden (wat haar wél was gelukt). Haar leerlingen daagden haar uit om buiten de kaders te kijken, wat zijzelf als filterloze kinderen min of meer vaak deden. Of je dit ook echt terugzag in haar werk, viel te betwijfelen. Conceptueel was het in dit optiek niet zo erg sterk. Visueel gezien daarentegen wel. De stijl, die vaag wat weg had van het divisionisme en wijlen David Hockney (1937-2026), was wel een duidelijke. De kleuren waren niet zo licht als pastel, maar ook niet zo fel als je in naïeve kunststromingen vaak zou verwachten.

Iemand bij wie de auteur pas dit kalenderjaar een alarmbel deed rinkelen, was Pippilotta Yerna. Mogelijk hield dat verband met haar aflevering van Kunst is Leuk, een podcast van Mister Motley. Hoe het ook zij, het werk van Yerna kon om meerdere reden een van de meest aansprekende zijn. Uiteraard waren het de zoenen op haar tantes hoofd – alsof er bewust werd gespeeld met salience. Die opvallende foto was deel van een documentaire reeks, die ook te zien was. De keuze voor een groottante was wel bijzonder. Meestal kiezen mensen voor grootouders.

Wat verder opviel …

De werken leken verder in beginsel netjes opgedeeld in meerdere zalen. Maar je kon je afvragen of het zoal zou werken. De warmte, de open deuren en de eventuele slechte akoestiek drukten de pret van sommige video- en installatiekunstwerken – die de schrijver niet paraat heeft, trouwens. Ook viel het een ander te zeggen over de ambiance. Het was een soort herenhuis, dat hielp met de knusheid. Over de werken die bij elkaar zijn gevoegd was de auteur minder duidelijk. Juist omdat sommigen meerdere (bij)betekenissen hadden. En zeker omdat de vaak ruimtelijke werken richting elkaar communiceerden alsof er één verhaal was. Dat neemt niet weg, dat de ordening beter had gekund. Dan hoefden sommige werken op zichzelf alsnog niet aansprekend te zijn, maar wel in het grotere iconologische of iconografische verhaal.

 

De Limburg Biënnale is een tweejaarlijkse traditie die sinds 2020 in navolging van de Britse Summer Exhibition van de Royal Academy in Londen wordt gehouden. De komende editie vindt plaats van zaterdag 27 juni t/m zondag 23 augustus. De editie van 2024 vond plaats van 29 juni t/m 25 augustus 2024. De volgende recensie gaat over de tentoonstelling in Venray in het Odapark. Dat is op 78 kilometer afstand van Maastricht. Het ligt dicht tegen de noordoostelijke grens van Brabant – bij Overloon – aan.