Haej, bèste liezer! Deze zomer vindt wederom de Limburg Biënnale plaats. Kunstenaars uit het ganse land worden geselecteerd door twee kunstinstellingen en enkele curatoren. Eenmaal zover, mogen ze in een van de Limburgse plaatsen – Maastricht of Venray – hangen. De auteur van deze recensie bezocht de Biënnale in 2024, eind juli welteverstaan. Hij bezocht op 30 juli Marres in Maastricht en op 31 juli het St. Odapark in Venray. Deze recensie gaat dus over dát Odapark. 

Het weer viel op woensdag 31 juli, anders dan op dinsdag 30 juli, mee. Op die dag was het ook bijna 10 graden warmer dan de dag ervoor. Maar dat is uiteraard niet het enige: mogelijk speelde ook mee, dat het Odapark in het bos ligt, nabij het Vlakwater. Dat maakte de situatie wel iets koeler. De vraag is of het de beleving ook reactie op deze tentoonstelling ook bekoelder heeft gemaakt. Dat mag de lezer uitmaken.

Disclaimer

Die binnenruimte had de sfeer van een theehuis, of een soort restaurant dat je had bij een pretpark. Ware het niet dat de muren daar vooral wit waren. Dat gold ook voor de buitenkant van het gebouw, al was die grijzer. Het was vooral de binnenkant van het gebouw dat witter was. Zodoende oogde het ook als een echte expositieruimte.

v.l.n.r.: het werk van Maba (eigen beelden)

De kleur wit

Met in die tentoonstellingsruimte, ruimte voor talloze werken. Een van –  of meerdere van die werken was wit. Het was wit, zoals sperma wit was. Maar in dit geval ging het om een piemel. Gezien de namen, ging het om allemaal mensen die zich schuldig maakten aan seksueel wangedrag. Zoals Danny Nelissen, neef van wielrenner Jean Nelissen en sportjournalist. Vooral deze naam is bijzonder: Danny is een Limburger (weliswaar afkomstend uit Sittard in het zuiden). En hij is ook een wielrenner, dat maakt het vooral voor deze auteur interessant.

Maar los van deze oud-journalist, was het werk ook in positieve zin opvallend door de originele keuze voor het fallussymbool. Soms zelfs echt op een piemel lijkend. Een van de penissen was zelfs ‘versierd’ met logo’s, handtekening en een tekening van een vrouw met een wolvenbontjas. Dat het ging om ‘wolven in schaapskleren’, heeft ze overduidelijk expliciet gemaakt. Maar met al die bijbetekenissen achter de handtekeningen en piemels was het ook impliciet.

Vergeleken met Sophie Straat is Maba peanuts – vergeleken met kunst van andere feministen (zoals Frida Kahlo) was zij een rebel.

v.l.n.r.: I’m a mother now van Carmen Schabracq en Gaia van Veerle van Esser (eigen beelden)

Foetushouding en zwangerschap

Als we het over juxtaposities hebben, dan zouden deze werken ook niet misstaan. Het werk van Carmen Schabracq bijvoorbeeld. Het tuften paste in traditie die sinds de jaren 50 als ambacht bestaat en sinds eind jaren tien populair werd door TikTok en Instagram. Al waren er ook serieuze kunstenaars die eraan werkten – denk aan kunstenaar Lizan Freijsen (1960-2024), die middels de tapijten de presentie van schimmels en bacteriën uit wilde drukken. Schabracq had het hier vooral over een transformatie. Van haarzelf als vrouw, naar moeder. En van identiteit naar een fysieke entiteit. Zij beeldde zichzelf letterlijk af, maar het was niet enkel dat. Het ging om identiteiten en wisselingen in bredere zin. Die felle kleuren en die contrasten maakten het wel duidelijk. Ook het gedwongen licht naïef te werk gaan in de kunst, zorgde ervoor dat de essentie goed overkwam. 

Waar het in het bijzonder zo goed in werkte, was dat het mooi communiceerde met een ander werk. Dat was ‘Gaia’ van Veerle van Esser. Het omvatte een huidskleur-achtige mensfiguur, met dikke lijnen door diens lichaam. De term ‘Gaia’ was niet toevallig gekozen’ – Van Esser had het daadwerkelijk over een ‘persoon die een gesprek had met moeder aarde’. In dat opzicht paste het werk en het gedicht wel mooi. Zeker als het gedicht over de schoonheid gaat en hetgeen wat door haar zou kruipen.

Conclusie

De Limburg Biënnale oogde toch een stuk minder als een schoolexpositie dan je zou denken. En als het schools was, dan hooguit met betrekking tot de kunstacademie. Sterker nog: je zou juist denken, dat de witte wanden juist goed werkten om de kunst tot diens recht te laten komen. De werken vormden alleen een soort juxtapositie – je ging meteen van blik naar blik. Hoewel je de cahier er eigenlijk bij zou moeten pakken, was dat niet nodig. Het was al duidelijk dat het begin en de chaos je soms terug zou zien.

Het was ook een stuk geslaagder dan Maastricht, omdat er werd gespeeld met ruimte – letterlijk zelfs. Al mag dat ook teruggezien worden in de tijd – 3,5 uur open zijn per dag is wel héél kort.

De Limburg Biënnale is een tweejaarlijkse traditie die sinds 2020 in navolging van de Britse Summer Exhibition van de Royal Academy in Londen wordt gehouden. De komende editie vindt plaats van zaterdag 27 juni t/m zondag 23 augustus. De editie van 2024 vond plaats van 29 juni t/m 25 augustus 2024. De volgende recensie gaat over de tentoonstelling in Venray in het Odapark. Dat is op 78 kilometer afstand van Maastricht. Het ligt dicht tegen de noordoostelijke grens van Brabant – bij Overloon – aan. 

 

Reactie Carmen Schabracq (d.d. zaterdag 20 juni)

In reactie op vragen van deze auteur gaf Carmen Schabracq aan dat het werk ‘I’m A Mother Now’ vlak na haar moeder worden werd gemaakt. De kunstenares zei dat het een zelfportret van haar was, in haar hoogzwangere periode. Het werk zou gaan over de transformatie ‘van haarzelf als vrouw naar moeder’. Het ging om een ‘mentale, maar ook een fysieke transformatie’, aangezien haar ‘lichaam letterlijk van vorm veranderde’. Eigenlijk zou het gaan om een ‘nieuwe staat van zijn’.

Reactie Veerle van Esser (d.d. woensdag 24 juni)

Veerle van Esser liet op haar beurt aan de schrijver weten dat het werk wat zij maakt een ‘een reflectie van haar emoties, haar kijk op de wereld en de zoektocht naar de pure verbeelding met de aarde was’. Om deze redenen had zij dus gekozen voor de naam ‘Gaia’, naar de Griekse godin, aangezien ‘het beeld een connectie had met Moeder Aarde, de oermoeder’ (net als de godin). De persoon zou een gesprek hebben met ‘Moeder Aarde’, die ‘naar haar uit zou reiken en een plek zou bieden waar ze altijd zou terugkomen’. Van Esser stelde dat ‘het een plek was waar ze geliefd zou zijn’. Tegelijkertijd zou ‘het haar ook een mogelijkheid tot geloof in haar eigenwaarde en innerlijke schoonheid’ tonen. Die ‘wortels over haar lichaam’ zouden ‘symbool voor deze connectie, haarzelf en Gaia staan’.