In de zomer van 2025 heeft de Cultuurdome in feite twee tentoonstellingen gehouden. Hiervan was de auteur van dit stuk zich maar beperkt van bewust. Het ging om de Nieuwe Klei-tentoonstelling, en de reguliere reeks (winter, zomer en najaar). Mede omdat het zo omvangrijk was, had hij de expositie opgesplitst in twee bezoeken: op 22 en op 29 juni jl. Daarom zul je deze maand niet één, maar twee recensies over de grote expo lezen op deze website. Hieronder de eerste review. 

In de inleiding is er alsnog veel over gezegd, maar bij deze opnieuw en subjectiever: de begane grond van de Cultuurdome leek ten volle benut te zijn. Zowel de ruimte aan de oostkant (vanuit het kompas) als de westkant (waar ik het in mijn volgende stuk over ga hebben). De grote hal lijkt hierbij een soort waterscheiding te zijn. Een verschil tussen dag en nacht. Ging je naar Nieuwe Klei – zo heet de tentoonstelling – dan beleefde je Almere. Niet vanuit objectief perspectief – via kaarten, nieuwsartikelen en archiefstukken – maar vanuit het subject. Ga je naar de oostkant, dan beleef je de Almeerder. En vooral: de makende Almeerder.

v.l.n.r.: werken van Paul Roelofs

Paul Roelofs en Melroy Bisel

Een van die makende Almeerders was en is Paul Roelofs. Roelofs kiest ervoor, om ambivalentie in zijn werk te aanvaarden. Zo was zijn werk fictief, maar ook realistisch te noemen. Die ambiguïteit zie je ook in zijn werk terug. Je zou in eerste instantie denken aan die personages uit Nintendo-games, maar ook aan het werk van Koos Buster. Of aan de totems in oude tribes. Ook qua textuur is hij zoekende. De ene keer oogt kleiwerk glanzend, de andere keer oogt hij mat.

Als je het goed samenvatten kunt, is hij op meer facetten zoekende dan enkel zijn kunst.

v.l.n.r.: werken van Melroy Bisel, over katten en monsters (ook in overdrachtelijke zin)

Hoe anders was en is dat bij Melroy Bisel. Onder de noemer @Lekkermenselijk, zegt hij werken te maken die van het scherm ontsnappen en met beide benen op de Almeerse grond staan. Dat leek in zijn serie over de kabouters wel degelijk te kloppen. Zijn protest ging, anders dan die van andere makers, over het lokale. Het hyperlokale zelfs. En bij die hyperlokale sfeer, lijken ook katten te horen. Het lijkt net alsof Minoes gereanimeerd is, maar dan in de wereld van de beeldende kunst. En het niet alleen om Minoes, Rosencrantz en Guildenstern alleen gaat, maar om meerdere katten. En het bovendien niet enkel om katten gaat, maar ook om kneuterige, doch humoristische gesprekken.

Bisel heeft zelfs de ‘Mooie Monster Club bedacht’: hiermee verplaatst hij de basisschoollogica – met een knipoog naar de wereld, dat wel – naar de beeldende kunst-muren. Iedere bezoeker kan dus zijn eigen monster maken. Er zijn letterlijke monsters, maar ook eentje in figuurlijke zin (Sean Combs, ofwel Diddy).

v.l.n.r.: werken van Freek van Laar.

Freek van Laar (Vlaarflip)

Enigszins verwant is ook Freek van Laar. Onder de noemer Vlaarflip, werkt zij naar één hoogtepunt toe: het trouwen. Tenminste, de sfeer van het trouwen. Haar kunst is zoal bijzonder te noemen, in die zin, dat het licht absurdistisch oogt. Het trouwen en de trouwjurk hebben een betekenis. Maar het lijkt in het werk alsof dit een dagelijkse bezigheid van haar is – terwijl ze geen BABS of iets dergelijks is. Heeft de jurk dan wel betekenis?

Toch past het wel in een bredere context. Haar werk is heel erg geënt op het alledaagse. Zelfs haar werk bij werkgevers (zoals Picnic). Het heeft veel weg van persfotografie (zoals bij het ANP of NRC), of dagboekachtige fotografie (Nan Goldin, Francesca Woodman).

v.l.n.r.: werken van Shane Altentorff

Conclusie

Dat de kunst zo uiteenlopend was, lijkt een constante te zijn bij de tentoonstellingen die driemaal per jaar worden gehouden. Van surrealistische clowns, tot impliciet conflicterende of rebellerende kunst. Met het alledaagse wat in dit geval persisteerde, soms zelfs expliciet. Dit laatste gebeurde en gebeurt in een serie van Shane Altentorff, waar achitectuurfotografie de dienst uitmaakt.

Dat is dus ook het waardevolle aan deze tentoonstellingen (waarvan de auteur er vijf heeft bezocht). Helemaal t.o.v. de wintertentoonstelling uit 2025 en die van najaar 2024. Toch bleven er hier vragen hangen: als het impliciet duidelijk wasdat je zowel Almere als de Almeerders ruimte bood, waarom werd dat niet explicieter gemaakt in de tentoonstelling? Waarom werd daar niet één geheel van gemaakt? Het zal een bewuste artistieke keuze zijn – of juist geen bewuste keuze. Maar toch …