Een tijdje geleden had de auteur van dit stuk een recensie over de zomertentoonstelling van de Cultuurdome (in Buiten) van 2025 geschreven. Deze is opgedeeld in twee delen: de reguliere tentoonstelling en de tentoonstelling Nieuwe Klei. Begin dit jaar is deze voortgezet in De Nieuwe Bibliotheek in Stad. Over die laatste gaat de auteur het hebben in dit stuk. 

Waar de reguliere tentoonstellingen vooral het makerschap centraal zetten, zetten de makers nu de stad zelf centraal. Impliciet of expliciet. Sowieso impliciet; kijk maar naar de term Nieuwe Klei. Het betreft een speelse verwijzing naar de bodemsoort van de IJsselmeerpolders (waaronder ook de Flevopolder). Maar het is meer dan enkel dat: de tentoonstelling betoogt een plek te zijn waarin makers kunnen laten zien dat er achter deze façade – een sfeerloze stad – meer zou gebeuren. Tenminste, zo lijkt het.

v.l.n.r.: de brommobiel en het tweeluik (of drieluik) van Niels Hanewald

Hard Bitten and The Others

De auteur kwam in de Cultuurdome het werk van Niels Hanewald tegen. Het werk betreft een paar Magere Heinen. Of, beter gezegd Heinen van de Scene. Een voorstelling op de plek ‘Hard Bitten and The Others’, waar de maker graag kwam. En de huidige setting. De levende skeletten kijken elkaar en de toeschouwer aan alsof ze het naar hun zin hebben. In een andere prent van hun tweeluik, waarin ze op een halfpipe zijn, kijken zij toe hoe een van de skaters moeiteloos een vermoede backflip weet te maken. Dat Hanewalds pseudoniem Skullie is, valt ook te verwachten. Net zoals de stadse fratsen. Soit, het gaat over Almere specifiek, en hoe de maker zich hier o.m. creatief kon uiten, maar eigenlijk is het meer dan enkel Almere. De legerkistjes, de wijd uitvallende kleding en bepaalde schoenen (Vans, maar ook die met ster) stralen bredere stedelijke cultuur uit.

Dan vraag je je wel af, wat de brommobiel van Van Doorne Autombielfabriek (DAF) te zoeken heeft op die tentoonstelling. Misschien is het wel het aftandse, wat ook heel erg zichtbaar is in het tweeluik (bij één prent letterlijk). Een flitsende vijfdeurs zou hierin niet passend zijn.

v.l.n.r.: de voorkant, de achterkant en een inkijkje in de diorama van Leroy Sickboy (Jongerencentrum Totem)

Poppodium De Meester

Het volgende werk betreft een replica van Poppodium De Meester. Het gebouw bestaat al jaren, maar het poppodium in zijn huidige vorm pas sinds september 2007. Ook dit werk lijkt een tweeluik te zijn. Enerzijds een artikel van 3voo12 (VPRO), met daarin de overgang van JC Totem naar De Meester en anderzijds een hoogtepunt in het laatste jaar van De Totem. Een band dat op het 5-meifestival mocht deelnemen, maar in zijn winst van een talentenjacht niet iedereen mee kon krijgen.

Het is een best wel bijzondere keuze om de artikelen linksboven te plaatsen. Is het een artistieke keuze? Of vormen de knipsels iets wat gecamoufleerd moet worden? Helder is het niet. wat in ieder geval helder is: het is geen typisch werk in de kunstgeschiedenis. Het zijn vooral peepshows die je had (uitvouwbare, papieren kijkdozen). Niettemin … de maker lijkt het als een soort standbeeld te hebben gemaakt. Een monumentaal werk in het kader van een plek waar de alternatieve jeugd (pejoratief ‘hangjeugd’ en ‘gothics’) en hijzelf hun ei kwijt konden.

v.l.n.r.: het werk van Tessa den Boef, de serie ‘Ally de Speeltuin’ van Jet Leopold en het werk van Mik Augusteijn alias Kwastloos

Surrealistische drempels

Een kunstvorm die wel bekender is, is het surrealisme. Het zit in de naam: boven de werkelijkheid, irrationeel – eerder een droom. Bekend van Dali en Miro. Maar tot op een zekere hoogte flirt het werk van Mik Augusteijn daar ook mee. De lineair ogende kunstwerken – met al die drempels – hebben daar wat van weg. Augusteijn – alias Kwastloos – zegt dat er in deze polderstad niet enkel fysieke, maar ook mentale drempels zijn. Hij begon bij zijn artistiek onderzoek naar fysieke verkeersdrempels, en besefte zodoende dat het verder ging dan de fysieke ruimte. Toch een surreële beleving?

Dat de factor tijd een gegeven lijkt, beseffen ook twee andere kunstenaars. Tessa den Boef ziet vooral Almere vanuit haar eigen tijd – en die van de ouders. Als een stad in ontwikkeling, maar die – blijkens haar werk – altijd in ontwikkeling is. De maakster, die alumna in illustratie is, geeft met haar handschrift en haar kleine illustraties (zelfs kinderboektekeningen) een dagboekachtig karakter aan het werk. Maar wel met de helicopterview (of beter gezegd, het vogelperspectief). Hoe anders is dat bij Jet Leopold. Zij heeft letterlijk het kikkerperspectief aangenomen. De personen die op haar drieluik afgebeeld zijn, lijken plezier te hebben. De personen in de buitenlucht zelfs letterlijk. En dan moet er ook nog een flinke scheut oversaturatie over het drieluik heen.4

Slotsom

Zullen we maar naar de slotsom gaan? Op zich is de rode draad overduidelijk, en de perspectieven ook. De twijfel zit in de locatiekeuze. De Cultuurdome is van oudsher de tempel waar underground-kunst groeit. En niet enkel de kunst, maar ook de energie en de vibes. Nieuwe Klei vormde in die zin een mooi contrast met de andere expo. In de bieb verdwijnt het werk al gauw tussen de boeken (logisch, ‘biblia’ uit ‘bibliotheek’ betekent ‘boek’). Maar je moet ook eerlijk zijn: De Nieuwe Bibliotheek is, zolang Almere geen eigen volwaardige cultuurpodium heeft, de cultuurhotspot van Almere. En ook een plek waar Almeerders verhalen ophalen, schrijven en zelf vertellen.

Wat sowieso nog meer afgebeeld kon worden, was juist de abstracte kunst. En, de stad, heel misschien, door een illustratieve bril. Maar dat … zijn misschien details.