De schrijver houdt er maar niet over op, maar er is alle reden toe. Zondag is de Cultuurdome voor de allerlaatste keer open. Ditmaal om een boek te presenteren. Het boek betreft een terugblik op de tijd van het gebouw aan de Middachtenlaan als broedplaats. Daarna is het schluss, en gaat de voormalige woonboulevard dan wel broedplaats definitief tegen de vlakte. De recensies van deze auteur zullen er niet tussen zitten. Geen nood: ze zijn te vinden op deze website. Zoals deze.
De tentoonstelling was overduidelijk anders dan vele andere tentoonstellingen. Niet alleen van de Cultuurdome zelf, maar ook anders dan die in musea. De werken waren niet netjes ingedeeld. Sterker nog, de werken hadden zelf niet eens een inleidende tekst. De auteur moest zelf zoeken naar kunsthistorische informatie. Helemaal bij werken waarvan de naam van het werk, of de auteur an sich helemaal niet bekend was.
v.l.n.r.: de werken van Basyl de Groot (eigen beelden)
Basyl de Groot
Een van de aanwezige makers, was Basyl de Groot. De maker liet zich zien middels allerlei veelluiken. Afhankelijk van hoe je zou lopen, werkte de serie op naar een hoogtepunt. Je begon bij abstracte kunst, wat een beetje wat weg had van Karel Appel of Jean-Michel Basquiat. Denk hierbij maar aan het tweeluik. Met een soort vorm, wat deed denken aan een peper of een sperzieboon. Maar misschien ook niet helemaal.
Later nam De Groot je mee naar een ogenschijnlijk minder abstract landschap. Het landschap betrof hier een soort gebouw – in ieder geval een kubus die daar prijkte. Dat was in dit geval niet heel erg duidelijk.
v.l.n.r.: werken van Fé Faber (eigen beelden)
Fé Faber en Els Franken
Terug van weggeweest was ook Fé Faber. Haar vlezige bal was dit maal ook in de Cultuurdome te bewonderen. Het kwam van boven, alsof er iets groots aan het afdruipen was. Of alsof een reus een heel grote tepel aan zijn borst had. Niettemin leek het meer op een boom. Het werk staat niet in een vacuum. Het past in de traditie van theatervormgeving, waarin naast kant- en klare rekwisieten er ook rekwisieten worden gemaakt. Fabers props – zo ook de alienkop – waren wel een stuk enger van de poppen van Max Verstappen.
Uiteindelijk was het een mooi werk, dat wel. Alsof poppen zoals die uit Ibbeltje of Huisje Boompje Beestje uit een ander universum komen.
v.l.n.r.: de doeken van Jeanine Immanuelle Venema en de twee werken van Pim Bokhorst
In het kader hiervan was ook het werk van Els Franken interessant. Zij had reeds eerder een eigen stek gehad – dat was in de late winter en het vroege voorjaar van 2025. Ze was daar met haar maskers, die deze auteur deden denken aan die van Dia de los Muertos. In maart en april had ze echter geen maskers, maar hele bustes. En die bustes waren heel erg mooi (zijn ze nog steeds).
Wat werkte, was de zichtbare betonnen afwerking – dat maakte het niet heel erg gepolijst. De figuren keken de toeschouwer soms vragend, en soms argwanend aan. De bustes stonden tevens tegen de muur, alsof ze toezagen op de tentoonstelling. Althans, één helft van een tentoonstelling. En dat te midden van werken die moeilijk te plaatsen waren.
v.l.n.r.: de zogenaamde ‘Atlas’ en de verbeelding van Kung Fuzi’s frase ‘Horen, zien en zwijgen’ (eigen beelden)
Overig werk
In de kakafonie wat het soms was – wat werd versterkt door de luide muziek, wat niet meehielp – was er nog meer symboliek te vinden. Zoals een schunnig werk, met een hoofd wat uit een erogene zone kwam. Maar daar gaat de auteur het over twee weken wel weer hebben.
Belangrijker, in dit geval, waren een paar katoenen poppetjes. Maar niet zomaar katoenen poppetjes. Misschien waren het wel Atlas, die de wereld – of wereldbollen droeg. Of’horen, zien en zwijgen’, een uitdrukking van Kung Fuzi (551-479 BCE). De maker trad hiermee in een traditie. Niet alleen maar ten aanzien van de uitdrukking – Kung Fuzi’s uitdrukking is in meer kunstwerken te zien – maar ook an sich. In het uitbeelden van uitdrukkingen in general. In Nederland kennen we bijvoorbeeld Jheronimus Bosch (1450-1516), de Brabantse renaissancekunstenaar. Deze man had allerlei middeleeuwse spreekwoorden en uitdrukkingen verbeeld.
Deze maker deed precies hetzelfde, maar dan middels katoenen stick figures.
Conclusie
De Cultuurdome bleef een broedplaats. De keuze om géén kunsthistorische tekst te plaatsen, paste hier heel erg goed in. Dat werkte voordelig, zo liet je de interpretatie aan de toeschouwer over. Maar het kon ook riskant zijn voor niet-kunstminnende bezoekers. Die kenden (en kennen) de makers niet, en zouden moeten gissen.
De chaos had ook iets voordeligs. Zo’n immersieve beleving zou dan heel erg intens zijn, zeker als je weinig kuub gebruikte. Je ging dan immers door een soort tijdreis van allerlei kunststromingen – al bleef het allemaal hedendaags – en maakgeschiedenissen. Anderzijds is het ook voorstelbaar dat niet elk museum voor zo’n inrichting open zou staan. Ook de werken inhoudelijk zelf hadden wat, maar ook niet echt 1-2-3. Je ging van beschouwende beeltenissen van Franken, naar sci-fifiguren naar Faber, naar juist abstracter werk van De Groot. Met name het laatste kon een grote shock zijn.
De allerlaatste tentoonstelling van de Cultuurdome werd van zaterdag 21 maart t/m zondag 12 april elke zaterdag en zondag gehouden. Over twee weken, in de week van 25 t/m 31 mei, komt de auteur (hopelijk) met een tweede deel van de recensie.