In de vorige recensie ging het over Gerard van Honthorst. Zowel de Hollandse Meester zelf als zijn tentoonstelling werden uitvoerig besproken. In datzelfde Centraal Museum was er echter ook een andere kunstenaar met een eigen werk. Diens naam luidde: Simone Post. 

Anders dan Gerard van Honthorst is Simone Post wel een hedendaagse kunstenaar. En wel een bijzondere. Wie speciaal voor Van Honthorst naar het Centraal Museum wil gaan, kreeg lang ook deze kunstenaar erbij.

Niet op canvas, maar op ramen

Het opvallende aan haar werken was vooral het medium waarop deze werken waren gemaakt. Geen canvas, maar gordijnen. Maar de illustraties waarop de gordijnen waren gemaakt, waren niet decoratief qua insteek. Sterker nog, je zag allerlei soorten stijlen. Van naïef tot aan bepaalde patronen, zoals de Schotse ruit. Her en der waren zelfs letterlijke kledingstukken zichtbaar.

v.l.n.r.: de gordijnen waarom het ging (eigen beelden) – links: de gelijkenis met Charley Toorop, rechts de gelijkenis met de schaduwen erin

Wat ook bijzonder was aan het werk, was dat het werk zonder uitzondering uit lineair neergezette illustraties bestond, samengesteld in overallcomposities. Een opvallend gordijn was eentje, waarop een viertal was afgebeeld. In hun blik zat een strenge stijl. Een beetje, alsof ze ergens gefrustreerd of boos over waren. Het dee denken aan het ‘Portret van het Leven’ van Charley Toorop, maar dan met iets meer emotie erin.

Een ander werk betrof ook een persoon, maar die persoon had ogenschijnlijk meer schaduwen erin. De auteur had twijfels of het echt een zwart persoon betrof, of dat de bruine vlakken schaduwen waren. Wat het eveneens lastiger maakte, was hetgeen wat op haar zou moeten lijken. Indien dat zo was, zou Post een oudere vrouw (of man) hebben afgebeeld. Indien dat NIET zo was, dan zou het gaan om een hoedje. Maar dan was het minder duidelijk in wat voor leeftijdscategorie de geportretteerde persoon thuis zou horen. Gezien de rode dekens veel weg hadden van een jurk, zou de persoon eerder op een vrouw lijken.

v.l.n.r.: werk met schaduwen erin, en airconditioning/verwarming (met de aktetas en de jurk erop) 

Niet alleen mensfiguren

Er werden trouwens niet alleen mensfiguren afgebeeld, maar ook concrete voorwerpen. Zoals een hakschoen, een aktetas en de jurk. Vooral die aktetas en de jurk vielen op. Die hadden trouwens echte motieven, en leken ook in perspectief geplaatst te zijn (letterlijk). Tevens bestonden de printjes beider werken allebei uit overallcomposities. Alsof zelfs iets functioneels als een tas of een jurk, liet verworden tot een kunstwerk.

De grap was: je zou kunnen stellen dat dit past bij de essentie van de werken in die zaal. Post stelde zelf, dat ‘Patchwork Post’ – zoals het heette – een amalgaam was van allerlei restpartijen en afvalstromen uit de textielindustrie. Normaal paste ze deze technologie toe in winkeletalages, maar dit keer gebruikte ze juist resten van topstukken uit de collectie van het Centraal Museum. Het zitmeubel verwees volgens de museale tekst naar ‘het middeleeuwse schip dat in de kelderverdieping van het museum is opgesteld’.

Conclusie

Je zou je kunnen afvragen, in hoeverre haar werk in het Italiaanse Venetië – bij La Biennale di Venezia – paste bij de kunst in het Centraal Museum. In Italië werden zogenaamde kroonluchters van haar tentoongesteld, waarvan de kleuren soms pastelachtig waren. Af en toe zou er licht rondom de kroonluchters schijnen. Het werk had veel weg van kinetisme, gezien elementen van de de beweging in onderdelen van kroonluchters terugkwamen. Maar het leek ook op hedendaagse kunst, gezien het conceptuele karakter. Mogelijk werd dit gevoed door de snoepkraaltjes.

Misschien zou het er wel in passen. Aangezien ze juist werkte met magische rijkdom en realiteit. En zou je, met het geven van een tweede leven aan textiel en de verbeeldingskracht, die werken in het Centraal Museum, ook als zodanig kunnen plaatsen. Voer voor vragen.

Een ding was wel zeker, in de ogen van de auteur: qua compositie, qua kleur en qua inrichting leken de werken wel te kloppen.